Praktijk Psynergiek Oosterbeek voor psychologie en psychotherapie

Dubbel bijzondere kinderen

Signalering en behandeling van dubbel bijzondere kinderen ( kenmerken van begaafdheid en kenmerken van een leer en/of gedragsstoornis ) met een visueel- ruimtelijke denkpatroon in het talige onderwijs.

De begeleiding van een kind met een visueel, ruimtelijk denkpatroon ( ook wel bekend als beelddenker) is complex omdat we in deze maatschappij zo talig ingesteld zijn. Ook in de mix van interventies op het gebied van preventie, behandeling en begeleiding en de manier waarop we communiceren naar ouders, opvoeders en professionals in gezondheidszorg en onderwijs. De ontwikkelingsbelemmering van kinderen die daarbij ook nog eens (hoog) begaafd zijn is daarmee dubbel bijzonder en de lijdensdruk van hun omgeving kan groot zijn in de machteloosheid dat je als ouder ziet dat er iets niet functioneert, maar je weet niet wat en niets kan doen om je kind te helpen.

Zowel ( hoog) begaafdheid (HB) als beelddenker zijn is chronisch en gaan vaak samen: Veel hoogbegaafden hebben een voorkeur voor een visueel ruimtelijk denkpatroon (naar schatting ongeveer 75%). Handig omdat het natuurlijk veel sneller is dan het denken in woorden…. (32 beelden in plaats van 2 woorden per seconde). Alleen door in beelden te denken, heb je snel overzicht, kun je gehelen overzien, ontdek je verbanden en kom je tot passende, soms originele oplossingen. Maar de functieproblemen ten gevolge van het ‘ twice exceptional’ (2e) zijn, doen zich ook in wisselende mate voor in verschillende levensfasen en omstandigheden.

De behandeling van comorbiditeit bij 2e vraagt zo mogelijk nog meer afstemming in diagnostiek en behandeling en kan het voorkomen dat begaafde kinderen een misdiagnose krijgen (Webb (2005)’misdiagnosis and dual diagnoses’). Hierbij gaat het om begaafde leerlingen die geen leer- en/of gedragsprobleem hebben, maar hun begaafdheid is niet opgemerkt. Het is zelfs zo dat juist hun kenmerken van begaafdheid onterecht gelabeld worden als kenmerken van een leer- of gedragsprobleem.

Ben je net als ik geinteresseerd geraakt; klik dan op op de volgende links

Projectvoorstel ketenzorg dubbel bijzondere kinderen

Vervolgbijeenkomst dubbel bijzonder 10 maart 2016

 

Een schoolgerelateerd leerprobleem

Het dubbel bijzonder kind heeft moeite om het huidige talige schoolsysteem om te zetten in hun eigen beeldend, ruimtelijk, visueel denkpatroon. Waarbij de nadruk voor taalkenners ligt op herhaling en inslijpen (sequentieel/bottom- up), ligt de nadruk bij beelddenkers op inzicht/begrip, associatief en gefragmenteerd (top- down/ helikopterview/spatieel). Iedereen ziet dat deze kinderen slim zijn en creatief, maar dat het er niet uitkomt in de klas. Hiermee wordt bedoeld dat het kind niet extreem goed lijkt te zijn in lezen, taal en rekenen. Als je verder kijkt zie je meestal wel dat het er wel uitkomt, maar dan op andere vlakken dan schoolvakken. Deze kinderen zijn meestal te herkennen aan hun creativiteit en zijn vaak introvert.

Hieronder is een lijst overgenomen van Lesley Sword. Als het kind voldoet aan meerdere kenmerken zoals in deze lijst opgenomen, dan is het zeer waarschijnlijk dat het kind een begaafde/getalenteerde visueel ruimtelijk denkend kind is. Vaak herkent een of beide ouders de kenmerken in zichzelf.

 

Kenmerken van BEGAAFDE/GETALENTEERDE VISUEEL RUIMTELIJKE denkers:

WISC III; Ongelijke scores op de subtesten

Voor het 5e jaar; oorinfecties, allergieen, astma, eczeem, enz.

Ernstig gehoorverlies op vroege leeftijd (versterkt het visueel ingesteld zijn)

Onoplettend en snel afgeleid

Slecht tijdsbesef, slecht presteren onder tijdsdruk

Matig korte termijn geheugen / zeer goed lange termijn geheugen

Moeite met het af krijgen van taken en schoolopdrachten

Slecht handschrift of moeite om tussen de lijntjes te blijven. Te stevige pengreep en hard op het papier drukken tijdens schrijven.

Slechte luisterhouding, lijkt vaak niet te luisteren.

Houdt geen oogcontact vast.

Problemen met spelling en/of lezen.

Moeite met tabellen en/of informatieverwerking.

Houdt van complexe ideeen/taken en is daar goed in / maakt fouten bij makkelijke opdrachten

Goede stille lezer, maar heeft moeite met hardop lezen.

Heeft heel veel lichamelijke energie, nerveus, rusteloos, kan moeilijk stil zitten.

Is zeer creatief.

Een goede (en meestal andere soort) humor (vaak beeldende taalgrapjes).

Is emotioneel heel sensitief.

Is extreem gevoelig voor kritiek.

Extreem fysisch sensitief bijvoorbeeld voor geluiden en scherpe verlichting.

Houdt van LEGO, puzzelen, computers, computerspelletjes, televisie en het maken van dingen.

Is heel erg ongeorganiseerd.

Houdt van kunst en/of muziek.

Heeft een levendige fantasie en/of verontrustende dromen.

Herinnert zich de weg na slechts eenmaal er geweest te zijn.

Overgenomen van Lesley Sword (2002) en vertaald door Marita van den Hout. Mag vrij gereproduceerd en gebruikt worden.

 

Dyslexie bij (hoog)begaafdheid

In juni 2012 is de Universiteit Utrecht gestart met een meerjarig onderzoek naar dyslexie (vergaande vorm van beelddenken waarin het kind moeite heeft om het huidige talige schoolsysteem om te zetten in hun eigen beeldend, ruimtelijke, visuele denkpatroon) bij hoogbegaafden in de basisschoolleeftijd.

De belangrijkste boodschap die uit dit onderzoek moet worden meegenomen is dat docenten en diagnostici alerter moeten zijn bij onderpresteren bij hoogbegaafde kinderen en zich meer bewust moeten worden van de mogelijke oorzaken van onderpresteren. De effecten van het maskeren van lees- en/of spellingproblemen en het compenseren van onderliggende tekorten mogen bij hoogbegaafde kinderen niet onderschat worden. Hopelijk leidt dit tot eerdere identificatie en erkenning van de problemen en verbetering van de mogelijkheden tot een passende interventie, zowel op het gebied van dyslexie als op het gebied van hoogbegaafdheid. Passende begeleiding is essentieel in het behouden van motivatie en leerplezier en geeft deze kinderen de mogelijkheid zich naar volle potentie te ontwikkelen en hun kwaliteiten te benutten.

De implementatie van deze boodschap en het scheppen van condities voor een samenwerkingsstructuur tussen instellingen en sectoren lijken in de praktijk nog onvoldoende gerealiseerd. Voor het snel invoeren van noodzakelijke verbeteringen in de begeleiding en zorg blijken gerichte implementatietrajecten een voorwaarde om verdere uitval te voorkomen.